top of page
  • Foto van schrijverCastanje Vermogensbeheer

China, inflatie en de nieuwe wereldorde

In onze nieuwsbrieven komen deze zaken en de gevolgen voor aandelen-en obligatiekoersen op een termijn van een half tot anderhalf jaar geregeld aan de orde.

Het kan nuttig zijn ook eens wat langer vooruit te kijken en te onderzoeken wat de gevolgen zijn voor inflatie en rente van de geo-defragmentatie, ofwel het uit elkaar vallen van de bestaande wereldorde.

De globalisatiejaren

Meer welvaart door meer handel. Dit was het idee achter het streven vanaf 1980 naar een liberalisatie van de wereldhandel. In Europa werd al langer gewerkt aan het concept van de interne markt met een vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal.

Op wereldschaal werd het streven geïnstitutionaliseerd door de oprichting van de Wereld Handels Organisatie (WHO) in 1995. Een zeer belangrijke stap werd gezet door de toetreding van China tot de WHO in 2001. De wereldhandel groeide snel. Met China werd een enorme markt van meer dan 1 miljard mensen ontsloten. De koopkracht van de Chinese burger was aanvankelijk niet groot, maar door de economische groei van 10% plus kwam daar langzaam verandering in. Belangrijker was de enorme hoeveelheid goedkope arbeidskrachten die China kon leveren. Met hulp van westerse investeringen werd het land de werkplaats van de wereld.

De westerse invoer uit China steeg razendsnel en de export naar het land volgde in het voetspoor. Onder de vleugels van de WHO werden tariefmuren afgebroken, quota en andere handelsbelemmeringen opgeruimd.

Global Village

Door de open markten nam de wereldwijde concurrentie toe en konden de prijzen laag blijven. De Europese en de Amerikaanse consumenten kregen de beschikking over een gevarieerd aanbod van producten tegen lage prijzen. Oorspronkelijk waren het simpele plastic producten die uit China kwamen, maar daar voegden zich langzamerhand tuinmeubelen, voedsel, elektronica, zonnepanelen, e-bikes, elektrische auto’s enzovoort bij.

De handelsliberalisatie met China hield de prijzen laag. Heleen Mees haalt in Economisch Statistische Berichten (no 4822) een onderzoek aan dat berekent dat in de VS tussen 1994 en 2017 de inflatie 1 procentpunt per jaar lager uitviel dankzij de invoer uit China, 27% over de gehele periode.

Westerse bedrijven konden hun winsten snel laten stijgen. Echter de westerse werknemer, vooral in de maakindustrie, stond nu in concurrentie met de Chinese arbeider en zag zijn loon minder snel stijgen dan de winsten.

Einde aan de liberalisatie

Vanaf 2015 begon een einde te komen aan de boven geschetste trend. Als eerste kan de Brexit worden genoemd, waardoor Groot Brittannië zich uit de Europese interne markt terugtrok. De gevolgen voor de handel en voor de prijzen in het VK werden meteen zichtbaar.

De Amerikaanse president Trump begon vanaf 2016 actie te ondernemen om de grote handelstekorten met China terug te dringen door handelsbelemmeringen op te werpen. Onder president Biden bleven de handelsrestricties met China gehandhaafd maar hebben ook een ander karakter gekregen.

Amerika wil verhinderen dat China een technologische voorsprong verkrijgt, vooral op militair gebied. Spionage door China moet worden tegengegaan. Exportrestricties voor Amerikaanse bedrijven op het gebied van innovaties zijn en worden ingevoerd, bijvoorbeeld wat betreft de nieuwste chips (Chips Defense Act). Maar ook westerse bondgenoten als Japan, Korea en Nederland (ASML) worden onder druk gezet niet langer de meest geavanceerde technologie te leveren aan de Volksrepubliek.

Corona en Oekraïne

Twee andere ontwikkelingen hebben ook het geloof in een vrije handel aangetast. In de corona-periode waren wegens de lockdowns de Chinese fabrieken gesloten en de havens dicht. Het westen kreeg te maken met aanvoerproblemen, nog verergerd door de blokkering van het Suezkanaal door de Ever Given. Het was duidelijk: de VS en Europa moeten niet langer zo afhankelijk zijn van één land. Ten opzichte van haar Aziatische buren, zoals Vietnam, was China toch al te duur geworden. Maar het gaat verder dan het diversifiëren van de supply chains. Wij moeten onze maakindustrie weer terughalen (reshoring) of het moet in een ‘vriendelijker’ land plaatsvinden (friend shoring of near shoring).

De Amerikaanse Inflation Reduction Act trekt bijvoorbeeld enorme bedragen uit om de nieuwste chips in de VS te gaan maken. Ook Duitsland trekt de subsidieportemonnee: er komen fabrieken van Intel in Magdeburg en van TSMC in Leipzig. Er wordt in het westen wel gesproken van een ontkoppeling (decoupling) van China en ook van het terugbrengen van de risico’s (derisking).

Door de Russische inval in Oekraïne is Europa in de kou komen te zitten. Het moest op zoek naar nieuwe energieleveranciers. Niet alleen de energie, maar bijna de hele overige handel en de economische relaties met Rusland zijn inmiddels verbroken.

Defragmentatie

Zo ontstaat het beeld van een nieuwe wereldorde, waarin samenwerkende regio’s veranderen in elkaar politiek en economisch bestrijdende handelsblokken. De voordelen van open markten en vrije handel, van regiospecialisatie gaan zo verloren: minder schaalgrootte, hogere transactiekosten, minder innovatie, en daardoor hogere prijzen. Dit wordt gevoed door hogere arbeidskosten door een krimpende beroepsbevolking als gevolg van vergrijzing.

De politieke tegenstellingen tussen de Volksrepubliek en Rusland enerzijds en Amerika en Europa anderzijds hebben dus economische gevolgen. Andere Aziatische landen proberen wel de rol van China over te nemen. Chinese ondernemingen investeren dan ook in landen zoals Vietnam en Myanmar, om vandaaruit naar Europa en de VS te exporteren. Ook India wordt wel de nieuwe productielocatie van de wereld genoemd. Maar vooralsnog lijkt dat niet op te wegen tegen de geopolitieke defragmentatie.

Gevolgen voor de prijzen op termijn

Door een strakker monetair beleid is de economische groei gedrukt en wordt de inflatie teruggedrongen. Met een inflatie van 5,3% in augustus is de 2% doelstelling van de Europese Centrale Bank nog niet bereikt, maar dat lijkt een kwestie van tijd. Lage gas- en olieprijzen moeten dan wel een helpende hand blijven bieden. Tussen 2000 en 2020 bedroeg de gemiddelde jaarinflatie in de eurozone 2,19%, historisch een bijzonder laag getal. Hierdoor kon ook de rente in deze periode laag blijven en in de laatste jaren voor 2022 zelfs onder de inflatie liggen.

Dit lijkt voor de wat verdere toekomst niet haalbaar. Hierboven is gewezen op de geo-politiek-economische defragmentatie en het prijs opdrukkend effect die dit zal hebben. Met name de loonvorming zal minder wereldwijde concurrentie ondervinden.

Het gemiddelde renteniveau zal dan ook wat hoger liggen, omdat de centrale banken de inflatie onder controle willen houden. Een complicerende factor is de klimaatverandering, waardoor bijvoorbeeld oogsten kunnen mislukken en voedselprijzen stijgen. Gemiddeld hogere prijzen dan wij in het verleden gewend zijn mogen dus verwacht worden.


Franke Burink, augustus/september 2023

1 weergave0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page